
Wet studiefinanciering 2000
Artikel 6.9 Vaststelling en betaling terugbetalingstermijnen
1
Rente en aflossing van de lening vervallen gedurende de aflosfase in maandelijkse termijnen.
2
De hoogte van de maandelijkse termijnen wordt op basis van het aantal maanden van de aflosfase onderscheidenlijk het nog resterende aantal maanden van de aflosfase tot gelijke bedragen vastgesteld bij de aanvang van:
a
het eerste jaar van de aflosfase,
b
het vierde jaar van de aflosfase, en
c
ieder vijfde jaar na het vierde jaar van de aflosfase.
3
Onverminderd artikel 6.10, eerste lid, bedraagt het totaal per jaar te betalen bedrag aan maandelijkse termijnen ten minste 545,-. Bij ministeriële regeling kan dit bedrag gelet op de loonontwikkeling worden herzien.
4
Rente en aflossing van de lening van een debiteur die in het buitenland woont, vervallen, in afwijking van het eerste lid, gedurende de aflosfase in jaarlijkse termijnen. Indien die debiteur zich voor het einde van een jaartermijn metterwoon in Nederland vestigt, wordt hij tot het einde van die jaartermijn behandeld als een debiteur die in het buitenland woont. De artikelen 6.4 en 6.6 zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing. Op aanvraag van een in de eerste volzin bedoelde debiteur besluit de IB-Groep dat de rente en aflossing van de lening niet vervallen in jaarlijkse termijnen maar in maandelijkse termijnen.
5
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regelen worden gesteld voor de vaststelling en betaling van de terugbetalingstermijnen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN BA0994, Eerste aanleg - enkelvoudig, BC 06/3411-HAM1
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
22-02-2007
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank RotterdamGelet op CBB 13 juni 2006 (LJN: AX8793; AB 2006/334) ziet de rechtbank aanleiding het bezwaarschrift van eiseres, voorzover het ziet op deelneming aan het fonds van verweerster, moet worden aan te merken als een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 13 van de Wet Bpf 2000, waarbij dan tevens de werkingssfeer aan de orde kan komen. -
LJN BD1570, Eerste aanleg - enkelvoudig, 373084/CV EXPL 08-1678
Rechtsoort
Civiel overig
Datum uitspraak
07-05-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank HaarlemVerzet tegen een dwangebevel ex art. 21 Wet Bpf 2000. Bezwaar en beroep tegen een besluit betreffende vrijstelling behoort tot de competentie van de bestuursrechter. De vraag of een deelnemer (verplicht) is aangesloten behoort tot de competentie van de kantonrechter. De kantonrechter oordeelt dat de deelnemer terecht is aangesloten... -
LJN BD6327, Eerste aanleg - enkelvoudig, 07/4022
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
07-04-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank RotterdamWet Bpf 2000. Diende het Bedrijfstakpensioenfonds vrijstelling te verlenen? Omvang aanvraag. -
LJN BG3941, Hoger beroep, AWB 08/322
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
28-10-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
College van Beroep voor het bedrijfslevenWet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 -
LJN BH2665, Eerste aanleg - enkelvoudig, 08/3416
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
09-02-2009
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank RotterdamWet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. Mag een bedrijfstakpensioenfonds weigeren een verzoek om vrijstelling van deelneming in behandeling te nemen indien de aangeschreven werkgevers betwisten dat hun bedrijfsactiviteiten onder de werkingsfeer van een verplichtstellingsbesluit vallen...